woensdag 23 januari 2008

Wilfried Van den Brande in Knack deze week

INZICHT Wilfried Van den Brande – operazanger

Waarom keek de klassieke wereld zo lang neer op ‘The Great American Songbook’?
Ze liet een unieke kans liggen om een breed publiek over de streep te trekken. Klassieke muzikanten geven nu toe dat de mix van woord en muziek bij iemand als Cole Porter top is. ‘
Everytime we say goodbye is een lied dat door Schumann geschreven had kunnen zijn’, zei de arrangeur van Porter.
Die duizend jaar muziekgeschiedenis actief exploreren vind ik belangrijk. Wat mij drijft is het muzikale verleden te begrijpen zonder het dood te analyseren. Daarom ga ik tijdens mijn residentie bij muziektheatergezelschap Walpurgis de dialoog aan met een historicus, een dichter, een filosoof.
Benno Barnard is mijn jeugdheld. Ik verslond vroeger de boekenbijlage die hij en Herman De Coninck in De Morgen verzorgden. Ik wil net als Benno de cultuur van het oude Europa levend houden. Vandaar dat we dichter W.H. Auden met Cole Porter confronteren. Auden noemde Coles musical Kiss me Kate een grootser werk dan The taming of the shrew van Shakespeare waarop het geïnspireerd is.
‘Never to beg, never to indulge’, was het motto van Cole Porter. Hij was een hedonist met stoïcijnse opvattingen. Een geestelijke aristocraat, die zichzelf oplegde elke dag een song te schrijven.
Ik zal de functionaliteit van muziek nooit onderschatten. Ik heb op honderden uitvaarden gezongen. Op zo’n moment voel je wat muziek met mensen doet. Daarom heb ik lak aan l’art pour l’art.
Ik heb het heel moeilijk met Wagner. Ik krijg een steen in mijn maag als ik Der Ring des Nibelungen hoor. Dat heeft met pretentieuze claims te maken. Die 19de-eeuwse cultus van het genie: ‘Ik zal, vanop een kansel, eens dicteren wat je moet voelen als je mijn muziek hoort.’
Mensen verklaarden me gek toen ik op mijn 28ste begon te zingen. Was ik een sopraan, dan hadden ze gelijk. Gelukkig kan een lage mannenstem wél nog ambities koesteren op latere leeftijd, als hij hard genoeg is voor zichzelf.
Mijn vader was een echte patriarch. Hij, directeur van de Vlaamse Kameropera, straalde autoriteit uit. Ik kroop onder moeders rokken. Even belandde ik in het kathedraalkoor. Zei de dirigent: ‘Jongens, ik meld jullie het heuglijke nieuws dat de zoon van dirigent en zanger Arnold Brand bij ons komt zingen.’ Dan sta je daar.
Door de druk van de muziekwereld die op me rustte, verkoos ik te gaan voetballen. Het was een collega van mijn vader, Frans Van Eetvelt, die vond dat ik toch iets met die stem moest doen en me mijn eerste zanglessen gaf. Na een jaar zei mijn vader tegen mijn vrouw: ‘Hij zou bij mij moeten komen studeren.’
Drie jaar kreeg ik een spartaanse training. Hij met zijn autoriteit en ik tegenwringen. Op een gegeven moment hadden we gruwelijke ruzie. Ik zei: ‘Vader, je weet veel, maar je hebt toch niet alle wijsheid van de wereld in pacht?’
Het was zeker niet zo dat de deuren wijd open stonden omdat ik ‘zoon van’ was. Integendeel, ik heb me dubbel zo hard moeten bewijzen.
De uitvoerende artiest staat met de rug tegen de muur. Je moet een ondernemer zijn of je bestaat niet. Dat je je artistieke project ook moet kunnen verkopen, dwingt je in een dilemma. Tegenwoordig komt Rigoletto enkel op tv omdat de vrouwelijke hoofdrol vertolkt wordt door de caissière die Idool heeft gewonnen. Echte talenten gaan soms verloren.

Interview door Peter Van Dyck / Foto Annick Geenen
Weekend Knack bij Knack nr 04 van 23 tot 29 januari 2008, p 23

donderdag 20 december 2007

2008!


Onze beste wensen voor 2008!
Judith, Stef, Wim, Valerie en Caroline

woensdag 19 december 2007

Winterverblijf: Interview Lotte Van den Berg in Ramblas op Klara

Interview – Lotte van den Berg bij Johan Van Cauwenberghe in Ramblas (Klara)

Theatermaakster Lotte Van den Berg ging op reis in de koudste streken van Azië, in Siberië en Mongolië, en ze bracht een theaterstuk mee terug, met vragen over geloof en vertrouwen, met muziek en ook met een stukje échte winter, Winterverblijf heet het stuk en het gaat donderdag in première in de Bourla in Antwerpen. Goeiemiddag, Lotte Van den Berg.
Je bent op reis vertrokken. Ben je dat gaan doen om inspiratie op te doen of had je een vooropgezet plan om er iets mee naar voor te brengen?
Neen, juist geen vooropgezet plan. Ik ben eigenlijk op reis gegaan om écht even weg te zijn, om niet na te denken over theater maken.

Maar daar ben je met de neus op de realiteit gevallen.
Daar val je altijd op als je reis gaat – als het goed is tenminste. Neen, dat was een heel inspirerende reis, ik ben twee maanden weggeweest en toen ik ergens midden in de Gobi woestijn stond en net naar een dienst was geweest van een aantal Boedhistische monikken daar in een oud tempeltje, midden in het niets, toen dacht ik ‘hierover moet ik een voorstelling maken en die heet Winterverblijf’. Toen heb ik nog wel geprobeerd om die titel te veranderen, maar dat is nooit meer gelukt, het besluit was toen gevallen.

Het is een stuk geworden over geloof – of proberen te geloven. Wat heeft u dan zo getroffen in die Mongoolse of die Siberische geloofsovertuiging?
Ja, het was echt niet in de overtuiging zelf – ik wil het in de voorstelling zelf ook niet over een inhoudelijkheid hebben van verschillende overtuigingen of dat op de een of andere manier met elkaar vergelijken. Het ging mij meer over de manier waarop ik zag dat zij hun geloof praktizeerden of belijdden. En ik werd eigenlijk voornamelijk geraakt doordat ik zag dat de rituelen, de gebeden die zij deden heel dicht lagen bij het dagelijks leven. Het was toen zo koud dat ze de tempel niet konden verwarmen – dat was te veel werk eigenlijk. Dan waren ze met z’n allen in de schuur gaan zitten omdat ze het anders nooit warm zouden krijgen. Dat was eigenlijk een heel onromantisch schuurtje met systeemplafond en een straalkachel en dan zaten ze een beetje op een balpen te kauwen en af en toe te bidden, en ik vond dat heel mooi, dat er eigenlijk helemaal niets was opgesmukt of mooier gemaakt dan het was. Het was heel naakt.

Van schuur naar joerd en van het ene naar de andere? Gaat het dan ook over het wezen waar die mensen mee omgaan van het boedhisme en het sjamanisme?
Neen, daar gaat het dus eigenlijk niet over. In de voorstelling heb ik het ook direct – ik verwijs in de muziek wel naar die streken maar niet direct in beeld of in verhaal. In de voorstelling vraag ik me vooral af hoe je op een toneel over dit soort dingen kan spreken. Ik trek een voorzichtige vergeliijking tussen religie en kunst en theater. Het gaat heel erg over de manier waarop toeschouwers en toneelspelers samen zijn of niet samen zijn.

Het gaat om rituelen.
Ja, het gaat om rituelen en om afspraken, om vormen die we nodig hebben om ons tot de dingen te kunnen verhouden.

Openingen langs waar je binnen kan tot het hogere bijna, of tot het meer intieme.
Ja, dat, maar ook wel over hoe dat hogere – of dat intieme zoals jij dat dan noemt – het verhevene zich ook altijd direct weer verhoudt tot handelingen.

Hoe het zich vandaag toont.
Ja, je moet altijd gewoon dingen doen. Op een stoel zitten, naar de wc. Het is nooit het een of het ander, en dat vind ik heel erg mooi en dat zag ik daar, hoe het hele concrete en het verhevene altijd verbonden zijn.

Nu als je een stuk daarover maakt dan kom je, hoe je het ook draait of keert, vanzelf bij uw vader terug, bij Jozef Van den Berg, de bekende theatermaker die 18 jaar geleden een radicale keuze maakte in zijn leven. Die afscheid nam van wat hij toen deed, theater maken, maar ook van zijn werk en van zijn gezin. En hij ging als kluizenaar leven.
Dat doet hij nog altijd.

Op zoek naar het echte geloof – dat doet hij nog altijd. Wat betekende dat geloof voor hem dan? Dat hij daar zo echt mee bezig was?
Dat betekent voor hem in ieder geval heel veel. Ik bedoel, de ervaring die hij had en wellicht nog steeds heeft is dusdanig groot geweest dat hij deze beslissing heeft kunnen maken. Ikzelf weet niet wat die ervaring was.

Jij was toen vijftien.
Ik was vijftien, dus ik heb daarnaast gestaan en gezien hoe turbulent die tijden waren en hoe groot de vertwijfeling. Ik heb ook gezien hoe definitief de keuze was die hij maakte en het heeft wel enig tijd geduurd, maar uiteindelijk kan je niet anders dan maar geloven dat hij gelooft en er dan maar op vertrouwen dat zijn ervaring werkelijk was. Of hem in ieder geval werkelijk heeft geraakt. En dan gaat het niet meer over ‘is het waar of is het niet waar’. Dan gaat het over hoe groot en hoe werkelijk zijn bepaalde ervaringen. En iedereen doet daarmee wat hij daarmee doet en denkt te moeten doen. En de manier waarop hij op een hele standvastige en consequente wijze daarmee omgaat, dat is heel ingewikkeld maar dat dwingt ook respect af. Dat is ook heel mooi om te zien, hoe iemand zo werkelijk en waarachtig zijn leven probeert te leven.

En was er duidelijk geen andere keuze mogelijk? Voor jullie ook niet?
Neen, je reageert, maar dat doe je voortdurend in je leven. En er zijn heel veel momenten in je leven dat er geen andere keuzes mogelijk zijn. En ik denk dat dat ook de grote uitdaging is waar we allemaal voor staan. Om om te gaan met de dingen die je tegemoet komen. En om die niet te ontkennen.

Hebt u nog contact met uw vader?
Ja, ik heb veel contact met hem. We hebben een goeie relatie. Ik ben zeer blij dat hij mijn vader is.

Heeft dit contact onder meer geholpen in het tot stand brengen van dit stuk nu?
Geholpen zou ik niet willen zeggen, maar je hebt absoluut gelijk dat het een met het ander te maken heeft en waarschijnlijk ben ik daardoor ook zo geraakt in de Gobi woestijn door die monniken die ik daar zag ploeteren in het vuurtje omdat mij dat ook weer deed denken aan mijn vader en dat ik mij op dat moment ook realiseerde dat ik hem in zijn overtuiging wellicht niet kan volgen, maar in zijn toewijding en de manier waarop hij zich richt op het geloof en de aandacht die hij geeft, de consequentie waarmee hij daar mee bezig is, de standvastigheid ook, de liefde ook, daar wordt ik steeds toch wel heel erg door geraakt.

We praten er direct nog over verder.
(muziekfragment)
Dit was muziek van de boventoonzangeres Sainkho Namchylak. Dat is muziek die Lotte Van den Berg goed kent want ze zit ook in de voorstelling. Meer nog, Sainkho zit in de voorstelling.
Ja, Sainkho zit in de voorstelling. Samen met Dirk Seghers heb ik veel gesproken over de muziek. Hij doet ook muziekdramaturgie en begeleidt mij een beetje in de muziekkeuze in de voorstelling, en hij heeft mij een cd van Sainkho laten horen en toen dacht ik direct ‘doe moet meedoen’. Dat was natuurlijk een beetje een stout plan. Ze komt uit Tuva, dat ligt inderdaad tussen Mongolië en Siberië, ze woont in Wenen maar ze reist de hele wereld over. Ze zegt zelf dat ze de enige vrouwelijke boventoonzanger is van de wereld.

En klinkt het op podium zoals wat we net gehoord hebben?
Neen, wat ze net heeft gedaan dat is geen boventoon. Boventoonzang is eigenlijk dat iemand tegelijk een lage en een hoge toon produceert. Ze gebruikt dus echt verschillende holtes in het lichaam. Dus je hoort twee klanken, en dat geloof je eigenlijk bijna niet als je het hoort.

Dus ze staat alleen zuiver te zingen zonder instrumentale begeleiding.
Ja, inderdaad. Samen met Judith wel, Judith Vindevogel, een klassiek geschoolde zangeres. En zij hebben natuurlijk ongeloofelijk verschillende stemmen die vind ik een zeer interessante dialoog aangaan.

Het lijkt een heel inventieve, een heel wispelturige voorstelling te zijn als ik het zo hoor. Laten we het eens over het stuk zelf hebben. Ben je van een scenario vertrokken? Van de ervaringen van wat je daar gezien hebt?
Neen, ik ben niet direct van ervaringen van die reis vertrokken. Van meer filosofische overdenkingen, meer vraagstellingen en sferen, maar niet de concrete gebeurtenissen daar. Ik heb nooit een scenario voordat ik begin. Wel beelden die ik zie maar dat zijn niet direct beelden die vertaal in de voorstelling.

Hoe ga je dan concreet tewerk?
Concreet tewerk... Ik begin de eerste week met veel gesprekken met alle mensen die meedoen. Met de zangers, met de spelers, met de mensen van de techniek.

En weet je dan op voorhand al hoeveel je er nodig hebt?
Ja, dat gebeurt. Op een gegeven moment vraag ik iemand en dan denk ik ‘dan moet die daarnaast staan’. Dus op een gegeven moment had ik Dirk Roofthooft, acteur, en Marlies Heuer, actrice, en Judith Vindevogel, zangeres, en toen kwam Sainkho erbij. En aanvankelijk dacht ik dat vier mensen genoeg was, dan dacht ik ‘neen, er moet toch nog iemand bij die net jonger is’. Want zij zijn eigenlijk toch allemaal van een generatie boven mij, dus dan heb ik Marij Verhaevert gevraagd, dat is een heel jong meisje uit Arnhem, om mee te doen. Tja, dat gebeurt gaandeweg, dat zijn eigenlijk allemaal redelijk intuïtieve keuzes.

Dus een mengeling van echt geschoolde acteurs met een zekere renommé al, en jongere.
Nee, Marij is jonger, maar die zit in het laatste jaar van de toneelschool wel, dus het zijn allemaal geschoolde acteurs en zangeressen. En zo intuïtief als het samenbrengen van de hele cast gaat, zo gaat eigenlijk ook het hele proces. Ik zit nu dus vier dagen voor de première en het is ongeloofelijk leuk om te zien hoe uiteindelijk alles in elkaar valt. En ook om te zien hoe het dan weer terugkomt bij wat je aanvankelijk had gedacht. Als je met z’n allen op zo’n reis vertrekt – wat het ook eigenlijk is. Ik leg al die thema’s op tafel, ik vertel de verhalen en dan gaan de anderen daar op reageren en komen daar vanzelf beelden, klanken uit voort. En dan is het heel mooi om nu zo in die laatste fase van zo’n repetitieproces te zien hoe je weer terugkomt bij het beginidee, eigenlijk zonder dat je dat zelf in de gaten hebt.

Hoe ze allemaal op dezelfde golflengte komen te zitten ook dan?
Ja dat is heel belangrijk. Dit zijn vrijf ongeloofelijk verschillende mensen, dat wilde ik ook. Ik heb ook tijdens het proces geprobeerd om ze hetzelfde te laten doen. Dat moet ik niet doen. Ik moet eigenlijk zorgen – en daar zijn ze het ook heel erg mee eens – om die verschillen juist naast elkaar heel mooi te combineren, te componeren, om zo toch tot een eenheid te komen maar zonder dat ze elkaar gaan nadoen.

Het is eigenlijjk meer coachen wat je moet doen?
Dat is het eigenlijk ook ja. En stimuleren, inspireren. Dat is belangrijk. En kijken naar wat ze doen en het juiste teruggeven. Ik heb het gevoel dat het als regisseur heel belangrijk is om de speler of de zanger te vertellen wat hij heeft gedaan, om hem bewust te maken van zichzelf.

Een vrij statische voorstelling of zit er veel beweging in?
Er zijn momenten dat het statischer is en er zijn momenten dat er heel veel beweging in zit. Het zijn eigenlijk drie delen die all drie heel verschillend zijn en op elkaar reageren.

Is er ook een Bühnebeeld?
Ja, dat is ontworpen door Jan Joris Lamers.

Toch wel een bekende naam ook.
Een geweldige man, heel erg leuk en inspirerend om met hem te werken. Hij is zelf eigenlijk ook toneelspeler van Discordia, maar ontwerpt ook vaak de scenografie. Dat doet hij ook voor Rosas, Anne-Teresa de Keersmaeker, en ik heb samen met hem gezocht naar een beeld dat heel erg duidelijk is en direct verwijst naar de geschiedenis van de grote theaterzaal van de Bourla zelf. En wij zetten daarin een decor dat de toneelmechaniek laat zien.

Dus kaal bijna?
Heel kaal, gebaseerd op het oude coulissentoneel.

De ingewanden van het toneel bijna.
Ja, dat heb je heel mooi gezegd.

Heb je daar een bedoeling mee om naar die oude theaterstructuren te verwijzen?
Ja, op die manier heb ik het ook wel over het ritueel van het theater. Waar dat gebouw voor gebouwd is. Ik vind het heel fijn om direct te verwijzen naar de locaties waar ik ben. Dat doe ik als ik buiten ben, als ik op een groot braakliggend terrein sta, maar dat doe ik ook als ik in het theater ben. De voorstelling gaat zeker in het begin heel erg over de relatie tussen toneelspeler en toeschouwer. Of het als toneelspeler mogelijk is om de waarheid te zeggen op dat toneel, of wat dat dan is. En dus ook over het onderscheid dat gemaakt wordt door dat verhoogde podium. Dat zet iemand op de een of andere manier op een voetstuk – maar wat is het gevolg van dat voetstuk?

Een soort altaartje bijna.
Zo zou ik het niet willen zeggen, maar in weze kader je wel heel duidelijk. Het verschil tussen de kleine zaal en de grote zaal is dat om het podium staat een frame, een lijst van een schilderij zit eromheen. Waardoor de afstand tussen toneelspeler en toeschouwer heel groot wordt. Waar je heel veel mee kan doen maar wat ook gevolgen heeft voor de integriteit en de intimiteit.

Maar ga je dan de kunst van theater dan weer optillen tot een soort religiositeit?
Ja en nee, ik wil tonen dat die afstand er is, en aan het eind van de voorstelling probeer ik hem volledig op te heffen. Maar ik ga nog niet vertellen hoe ik dat doe.

Maar het is dan toch weer ‘de toeschouwer moet maar zien wat hij ermee doet’?
Neeneen, want ik wil juist uiteindelijk proberen te laten zien of de toeschouwer... Goh, dat vind ik moeilijk om uit te leggen.

Je mag niet teveel verraden.
Neen, natuurlijk mag ik niet teveel verraden! Ik vind niet dat het zo is dat de toeschouwer maar moet zien wat hij ermee doet. Tegelijkertijd vind ik ook dat de toeschouwer ook de vrijheid moet krijgen om te doen wat hij ermee wil doen, om zijn eigen interpretatie te maken.

En de muziek. Je hebt die Tuvaanse muziek dan, maar je hebt ook Bach – zijn cantate Ich Habe Genug. Een tekst van Joseph Brodsky. Zijn dat hulpmiddelen voor de toeschouwer? Of zijn het bijna leidraden die hem of haar de weg moeten wijzen?
Het zijn bijna de restanten van het toneel. We laten fragmenten zien.

Want ook Bach is toch heel theatraal?
Bach is theatraal ja, maar het lied zal nooit volledig gezongen worden.

Ich habe genug – dat is eigenlijk een blije cantate. Hij berust in het geloof. En daardoor wordt hij blij.
Ja, da’s ook heel mooi. Hij wordt vaak heel treurig gezongen, maar inderdaad. Ik heb er met Judith veel over gesproken. Het gaat over iemand die zegt: ‘ik heb genoeg, ik heb genoeg gehad. Voor mij is het genoeg. Ik kan sterven. En het streven van Judith om juist dat te zingen met een vreugde.

Is dat iets gelijkaardigs waar je in Siberïe en Mongolië ook mee geconfronteerd bent geweest?
Ja, dat gaat natuurlijk wel over het besef dat het einde of de dood, dat dat niet per definitie treurig is. Wij gaan er hier heel erg van uit dat de dood het allerergste is wat je kan overkomen, maar de vraag is of dat zo is.

We zullen zien, ik ben benieuwd naar uw voorstelling van Winterverblijf. Donderdag in première in de Bourla. Lotte Van den Berg, succes ermee.

maandag 17 december 2007

Winterverblijf: Interview Lotte Van den Berg in Stories op Radio 1

Lotte van den Berg was op 12 december te gast bij Friedl' Lesage in Stories (Radio 1).

Twee jaar geleden reisde ze door Siberië en Mongolië, en met die ervaring maakte ze nu voor het Toneelhuis in Antwerpen de voorstelling Winterverblijf, over mensen die in religie een levensovertuiging en houvast zoeken. Lotte Van den Berg, goeiemiddag.
Hoe ben je twee jaar geleden door Siberië en Mongolië gereisd? Want het is niet zo evident hé...

We zijn in Moskou vertrokken, we zijn met de trein eigenlijk naar Bejing, naar Peking gereisd. Die trein, de transsiberië express die doet daar zeven dagen over, wij hadden twee maanden, dus we zijn ondertussen een stukje uitgestapt en hadden we af en toe een week, soms twee weken en bijna een maand in Mongolië om vanaf het treinstation weer verder te reizen en terug te komen.

En wat voor indrukken hebben Mongolië en Siberië op jou gemaakt?
Ja, hele prachtige indrukken, het zijn natuurlijk allebei hele grote weidse verlaten landen en toen ik daar was was het april, dan heet het lente te zijn maar het was nog altijd min 20. Dus ongeloofelijk koud.

Hoe ben je door het land zelf gereisd?

In Siberië zijn we vooral bij het Bajkal meer langs geweest en daar zijn we weer met kleinere treintjes of met busjes, minibusjes – met z’n allen in veel te kleine busjes, mensen bij elkaar op schoot en tassen – zijn we zo naar kleinere dorpjes gereisd aan dat meer wat volledig bevroren is. En het Bajkalmeer is ongeveer zo groot als Nederland, dus dat is echt een heel groot meer. En dan hebben we bij mensen thuis geslapen en dat is heel bijzonder.
En in Mongolië heb ik twee weken lang op een paard door de bergen gereisd met een gids en een heel klein tentje, door de sneeuw.

En je overgeven aan een gids die zegt waar je naartoe moet, hoe moeilijk was dat voor jou?
Ja, heel moeilijk. Ik vind het altijd moeilijk om mij over te geven. Ik doe dat ook heel graag en ik vind het altijd weer geweldig om te zien wat er dan allemaal gebeurt. Wat je zelf niet had kunnen bedenken, wat onverwacht op je afkomt, maar ik vind het ook heel lastig.

Ja? Wat vind je daar dan zo lastig aan?
Wij werden op een gegeven moment ‘s ochtends wakker en er was een sneeuwstorm geweest ‘s nachts en die hield aan dus die ging niet liggen. Dus dan hebben wij eigenlijk twee nachten en een dag in dat tentje gezeten, wat geen grondzeil had. Met vier mensen. Koud. En met weinig eten. Dus toen moesten we de volgende dag – de storm ging gelukkig liggen – de hoogste pas over. Er was overal sneeuw, en dat was echt gevaarlijk. Dus de gids die vertelde ook voortdurend waar dan allemaal mensen dood waren gegaan en naar beneden gestort waren. Af en toe zag je de schedel van een paard – die was daar dan kennelijk omgekomen en die hangen ze dan in een boom.

Heb je dan gemerkt dat de natuur dan verklaard wordt als een teken van God in die landen?
Neen, niet een teken van God. Nee, je zou eerder kunnen zeggen dat de natuur zelf God is. Als je ‘s ochtend thee drinkt, dan offert de oudste man of vrouw van het gezelschap thee aan de goden of aan de natuur, of aan het leven en dat doet die door naar buiten te gaan met die lepel en een beetje thee in de lucht te gooien, over z’n schouder, en daar zegt die dan wat bij maar dat is heel zacht gemurmel. Dat is zoals wij hier ‘s ochtends de bloemen water geven. Daar zijn geen vragen bij.

Waarin geloof jij zelf?
Ik geloof in veel maar niet in een bepaalde overtuiging, niet specifiek, ik kan daar niet zo goed in kiezen. Ik begrijp wel dat mensen zeggen dat om iets praktizerend te beleiden je wellicht één weg moet gaan, om ook trouw te zijn en gehoorzaam te zijn aan iets en niet voortdurend op je eigen gevraag terug te komen. Dat is natuurlijk ook een manier om er niet aan te beginnen. De twijfel die wij allemaal heel erg kennen. Zorgt er ook voor dat wij steeds op de drempel blijven staan. Maar als ik eerlijk ben sta ik nog op die drempel.

Dat is ook wat jouw vader zegt, de poppenspeler, Jozef van den Berg, dat er één weg is die je moet gaan. Hij is gegaan.
Ja, ja. Ik vraag me dat nog altijd af. Ik geloof dat niet. Ik kan heel ver mee met mijn vader maar daar vind ik het echt moeilijk worden.

Dat was in 1989 dat hij afscheid nam van het theater. In deSingel was dat, bij de voorstelling Genoeg gewacht. Bij het begin van de voorstelling sprak hij de woorden dat hij was geroepen door God. Dat wil ik even aan jou laten horen.


(fragment speech Jozef Van den Berg)
Ik zal het u proberen uit te leggen. Ik hoop dat u één ding voor mij hebt en dat is respect voor mijn beslissing. Ik heb ontzettend lang gezocht. Ik ben overal geweest. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat de zoeker zoekt, maar hij wordt gevonden. Het is daarom dames en heren, om deze man, om Christus. Daarom alleen, heb ik dit stuk gezocht. En ik stap uit dit vak. Voor mij is het voorbij. Ik zeg u allen goeiedag, ik ga. Het geld wat u hebt betaald kan u terugkrijgen bij de kassa.

Lotte Van den Berg, wat doet het jou om dit te horen?
Ja, ik ken hem uit mijn hoofd. Dat in een ongeloofelijk heftig moment. Maar het is ook wel heel erg interessant om te horen hoe bewust hij zich is van zijn vak ook op het moment dat hij dit doet. Dus hij neemt afscheid van het theater en tegelijkertijd doet hij dat als een ongeloofelijk goed acteur – het is bijna een performance.

Je was zelf vijftien toen dit gebeurde. Had je het voelen aankomen?

Ja natuurlijk, maar dat heeft twee jaar geduurd. Dat is een hele turbulente tijd geweest waarin Jozef, papa, heel erg in de war is geweest. Dat doe je niet zomaar.

Anderhalf jaar geleden ben ik bij hem geweest in zijn hut in Neerijnen waar hij woont onder een kweeperenboom. Hij mocht muziek kiezen voor Het beste moet nog komen, en hij koos toen dit.

(fragment uit Stabat Mater van Vivaldi met Aafje Heynis)

Aafje Heynis met muziek van het Stabat Mater, Lotte Van den Berg, de muziek die jouw vader koos toen anderhalf jaar geleden in Het beste moet nog komen. Muziek die jou ook wel raakt hé.
Ja, ja, ja, absoluut.

Het verhaal dat eraan vasthangt heeft alles te maken met zijn broer die toen aan het sterven was.
Ik weet vooral nog heel goed hoe ik samen met hem die plaat ben gaan halen bij Aafje.

Bij haar zelf thuis?
Ja, toen hij eenmaal besloten had dat Aafje Heynis en dit fragment van de Stabat Mater van Vivaldi in zijn nieuwe voorstelling moest komen – wat dan ook echt moet gebeuren als hij dat beslist. Hij is in alles zeer standvastig geweest. Toen bleek dat de plaat die hij had, die was te slecht, daar zat een kraak op, of een kras in, dat weet ik niet meer. En toen zijn ze overal op zoek gegaan naar die plaat, Frankrijk, Parijs, overal, alle oude platenwinkels langsgegaan. Was niet meer te vinden. En toen heeft hij op een bepaald moment Aafje Heyenis zelf gebeld, en toen ben ik met hem naar Aafje Heyenis gegaan in de auto. Zij woonde volgens mij ergens in Hilversum. Ik weet nog hoe dat huis er uit zag, een tuin rondom. En toen hebben we Aafje Heyenis haar plaat zelf meegekregen, en die staat nu bij mij in de kast. Ja, haar handtekening staat er op en dat was haar persoonlijke eigendom.

Nooit teruggebracht?
Neen, kennelijk niet, maar misschien mochten we hem houden. Misschien had ze wel twintig platen, maar in mijn herinnering als meisje van veertien kregen we zo uit haar platenkast de plaat van Aafje Heyenis persoonlijk.

Het was op 2 juni 2006 dat ik ben langsgeweest in Neerijnen waar hij als kluizenaar leeft en dat bleek een heel bijzondere dag te zijn. Wat hij daarover zei laat ik even horen.

(fragment uit Het beste moet nog komen)
Nou het is vandaag precies 15 jaar geleden, precies ditzelfde uur, dat ik definitief mijn gezin, mijn vrouw, mijn kinderen, mijn huis, heel mijn leven heb verlaten om de weg te gaan waarvan ik nu getuig. Dus het is vandaag precies 15 jaar geleden dat ik tegen mijn vrouw en mijn kinderen, die toen thuis waren, zo goed en zo kwaad als ik dat kon heb verteld dat ik echt zou gaan. In de nacht van 1 op 2 juni ben ik dat innerlijk echt gaan zien en begrijpen, en heb ik vervolgens ook de daad bij het woord gevoegd en ben ik werkelijk weggegaan.

En hoe was hun reactie op jouw vertrek?

Ja, voor hun was dat natuurlijk op dat moment ook bijna niet te begrijpen dat dat werkelijk zou gebeuren. Ik had gisterenavond Lotte nog even aan de telefoon. Het kleed waarop wij nu zitten te praten, wat op tafel ligt zeg maar, dat is van Lotte. En toen ik het er op legde dacht ik ‘wacht, dat is van Lotte’.

En wat vindt zij ervan dat jij hier woont, in open lucht, onder een kweeperenboom?


Dat is voor hun natuurlijk ook een heel langzaam proces geweest van aanvaarden en begrijpen en Lotte is wel degene die dat misschien het meest begrijpt of die dat haar het meest in haar omdraagt, die dat ook koestert. Lotte vindt het geloof ik wel heel mooi.
(einde fragment)

Lotte van den Berg, jij vindt het heel erg mooi zegt hij.
Hij zegt geloof ik: ‘ze vindt het geloof ik wel mooi’. Jozef is natuurlijk echt heel goed in zijn intonaties en zijn stiltes.

En wat hoor jij daar dan in, wat zegt hij dan echt?

Nee, hij zegt dat echt, maar het is mooi om te horen hoe hij naar zijn woorden zoekt.

Maar het moet jou toch ook kwaad hebben gemaakt, als puber, te voelen dat jouw vader vertrekt.
Het heeft mij kwaad gemaakt. Er is één scène – ik noem het een scène, moet je nagaan – er is één moment tussen hem en mij wat mij heel erg bij is gebleven. Toen was hij nog niet weggegaan maar toen had hij een goeie vriend van hem de deur uit gewezen omdat hij kennelijk zoiets kwam zeggen als ‘Jozef, waar ben jij in godsnaam mee bezig?’. Daar wilde hij niet over spreken. Toen ben ik naar hem toegegaan, naar zijn werkkamer en dat is naast de deur, wij woonden in een heel oud huis en hij had daar zo’n bureau waar hij dan aan zat te schrijven. Hij had toen denk ik al een lange baard. Af en toe liet hij zijn baard staan en dan moest hij hem weer afscheren van ons omdat wij dat niet vonden kunnen en dan schoor hij hem weer af en liet hij hem toch weer groeien in die twijfelende twee jaar. Toen ben ik naar hem toegegaan en heb ik heel hard staan schreeuwen, was ik ongeloofelijk kwaad en toen heb ik gezegd: ‘als jij zo doet, als jij zo doet dan wil ik niet meer dat jij mijn vader bent’. En hij stond daar naar te kijken, heel rustig, en dan zei die ‘da’s goed Lotte, da’s goed’. En dan ben ik nog twee jaar blijven schreeuwen maar dat had geen zin. Dat had werkelijk geen zin want hij liet zich daardoor niet van zijn stuk brengen. En dat is natuurlijk het allerergste: boos zijn op iemand die niet reageert op jouw woede. Dan blijf je een beetje alleen staan met je woede. En dan kan het bijna niet anders dan dat je er op een gegeven moment achter komt dat die woede of die poging om hem te veranderen of terug te doen komen, dat dat eigenlijk nergens op slaat. En toen op een gegeven moment dacht ik: hij kiest zo duidelijk voor zijn eigen weg en eigenlijk geeft hij mij daarmee de vrijheid duidelijk voor mijn eigen weg te kiezen.

Hij verlaat zijn plek niet, dus hij komt ook niet naar jouw voorstelling in Antwerpen. Vind je dat erg?
Neen, dat vind ik niet erg. Ik vind het eigenlijk heel fijn als hij heel helder is in zijn beslissingen. Ik spreek wel met hem over de voorstelling en zeker nu ook omdat de thematiek wel raakt aan zijn verhaal. Ik ben zelfs met de acteurs bij hem op bezoek geweest omdat ik dacht ‘het goed was als zij hem ook ontmoeten’. Ik had er natuurlijk wel in de repetitie af en toe over gesproken. Dus ik verbind hem daar wel aan. Ik heb hem ook gevraagd: Wil je op de hoogte gehouden worden? Wil je een registratie zien? En hij heeft gezegd dat hij dat niet wil en dat vind ik eigenlijk heel fijn.

Winterverblijf, het gaat morgen in première in het Toneelhuis in Antwerpen. Lotte van den Berg, hartelijk dank voor je verhaal.
Graag gedaan.