Posts tonen met het label Judith Vindevogel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Judith Vindevogel. Alle posts tonen

woensdag 19 december 2007

Winterverblijf: Interview Lotte Van den Berg in Ramblas op Klara

Interview – Lotte van den Berg bij Johan Van Cauwenberghe in Ramblas (Klara)

Theatermaakster Lotte Van den Berg ging op reis in de koudste streken van Azië, in Siberië en Mongolië, en ze bracht een theaterstuk mee terug, met vragen over geloof en vertrouwen, met muziek en ook met een stukje échte winter, Winterverblijf heet het stuk en het gaat donderdag in première in de Bourla in Antwerpen. Goeiemiddag, Lotte Van den Berg.
Je bent op reis vertrokken. Ben je dat gaan doen om inspiratie op te doen of had je een vooropgezet plan om er iets mee naar voor te brengen?
Neen, juist geen vooropgezet plan. Ik ben eigenlijk op reis gegaan om écht even weg te zijn, om niet na te denken over theater maken.

Maar daar ben je met de neus op de realiteit gevallen.
Daar val je altijd op als je reis gaat – als het goed is tenminste. Neen, dat was een heel inspirerende reis, ik ben twee maanden weggeweest en toen ik ergens midden in de Gobi woestijn stond en net naar een dienst was geweest van een aantal Boedhistische monikken daar in een oud tempeltje, midden in het niets, toen dacht ik ‘hierover moet ik een voorstelling maken en die heet Winterverblijf’. Toen heb ik nog wel geprobeerd om die titel te veranderen, maar dat is nooit meer gelukt, het besluit was toen gevallen.

Het is een stuk geworden over geloof – of proberen te geloven. Wat heeft u dan zo getroffen in die Mongoolse of die Siberische geloofsovertuiging?
Ja, het was echt niet in de overtuiging zelf – ik wil het in de voorstelling zelf ook niet over een inhoudelijkheid hebben van verschillende overtuigingen of dat op de een of andere manier met elkaar vergelijken. Het ging mij meer over de manier waarop ik zag dat zij hun geloof praktizeerden of belijdden. En ik werd eigenlijk voornamelijk geraakt doordat ik zag dat de rituelen, de gebeden die zij deden heel dicht lagen bij het dagelijks leven. Het was toen zo koud dat ze de tempel niet konden verwarmen – dat was te veel werk eigenlijk. Dan waren ze met z’n allen in de schuur gaan zitten omdat ze het anders nooit warm zouden krijgen. Dat was eigenlijk een heel onromantisch schuurtje met systeemplafond en een straalkachel en dan zaten ze een beetje op een balpen te kauwen en af en toe te bidden, en ik vond dat heel mooi, dat er eigenlijk helemaal niets was opgesmukt of mooier gemaakt dan het was. Het was heel naakt.

Van schuur naar joerd en van het ene naar de andere? Gaat het dan ook over het wezen waar die mensen mee omgaan van het boedhisme en het sjamanisme?
Neen, daar gaat het dus eigenlijk niet over. In de voorstelling heb ik het ook direct – ik verwijs in de muziek wel naar die streken maar niet direct in beeld of in verhaal. In de voorstelling vraag ik me vooral af hoe je op een toneel over dit soort dingen kan spreken. Ik trek een voorzichtige vergeliijking tussen religie en kunst en theater. Het gaat heel erg over de manier waarop toeschouwers en toneelspelers samen zijn of niet samen zijn.

Het gaat om rituelen.
Ja, het gaat om rituelen en om afspraken, om vormen die we nodig hebben om ons tot de dingen te kunnen verhouden.

Openingen langs waar je binnen kan tot het hogere bijna, of tot het meer intieme.
Ja, dat, maar ook wel over hoe dat hogere – of dat intieme zoals jij dat dan noemt – het verhevene zich ook altijd direct weer verhoudt tot handelingen.

Hoe het zich vandaag toont.
Ja, je moet altijd gewoon dingen doen. Op een stoel zitten, naar de wc. Het is nooit het een of het ander, en dat vind ik heel erg mooi en dat zag ik daar, hoe het hele concrete en het verhevene altijd verbonden zijn.

Nu als je een stuk daarover maakt dan kom je, hoe je het ook draait of keert, vanzelf bij uw vader terug, bij Jozef Van den Berg, de bekende theatermaker die 18 jaar geleden een radicale keuze maakte in zijn leven. Die afscheid nam van wat hij toen deed, theater maken, maar ook van zijn werk en van zijn gezin. En hij ging als kluizenaar leven.
Dat doet hij nog altijd.

Op zoek naar het echte geloof – dat doet hij nog altijd. Wat betekende dat geloof voor hem dan? Dat hij daar zo echt mee bezig was?
Dat betekent voor hem in ieder geval heel veel. Ik bedoel, de ervaring die hij had en wellicht nog steeds heeft is dusdanig groot geweest dat hij deze beslissing heeft kunnen maken. Ikzelf weet niet wat die ervaring was.

Jij was toen vijftien.
Ik was vijftien, dus ik heb daarnaast gestaan en gezien hoe turbulent die tijden waren en hoe groot de vertwijfeling. Ik heb ook gezien hoe definitief de keuze was die hij maakte en het heeft wel enig tijd geduurd, maar uiteindelijk kan je niet anders dan maar geloven dat hij gelooft en er dan maar op vertrouwen dat zijn ervaring werkelijk was. Of hem in ieder geval werkelijk heeft geraakt. En dan gaat het niet meer over ‘is het waar of is het niet waar’. Dan gaat het over hoe groot en hoe werkelijk zijn bepaalde ervaringen. En iedereen doet daarmee wat hij daarmee doet en denkt te moeten doen. En de manier waarop hij op een hele standvastige en consequente wijze daarmee omgaat, dat is heel ingewikkeld maar dat dwingt ook respect af. Dat is ook heel mooi om te zien, hoe iemand zo werkelijk en waarachtig zijn leven probeert te leven.

En was er duidelijk geen andere keuze mogelijk? Voor jullie ook niet?
Neen, je reageert, maar dat doe je voortdurend in je leven. En er zijn heel veel momenten in je leven dat er geen andere keuzes mogelijk zijn. En ik denk dat dat ook de grote uitdaging is waar we allemaal voor staan. Om om te gaan met de dingen die je tegemoet komen. En om die niet te ontkennen.

Hebt u nog contact met uw vader?
Ja, ik heb veel contact met hem. We hebben een goeie relatie. Ik ben zeer blij dat hij mijn vader is.

Heeft dit contact onder meer geholpen in het tot stand brengen van dit stuk nu?
Geholpen zou ik niet willen zeggen, maar je hebt absoluut gelijk dat het een met het ander te maken heeft en waarschijnlijk ben ik daardoor ook zo geraakt in de Gobi woestijn door die monniken die ik daar zag ploeteren in het vuurtje omdat mij dat ook weer deed denken aan mijn vader en dat ik mij op dat moment ook realiseerde dat ik hem in zijn overtuiging wellicht niet kan volgen, maar in zijn toewijding en de manier waarop hij zich richt op het geloof en de aandacht die hij geeft, de consequentie waarmee hij daar mee bezig is, de standvastigheid ook, de liefde ook, daar wordt ik steeds toch wel heel erg door geraakt.

We praten er direct nog over verder.
(muziekfragment)
Dit was muziek van de boventoonzangeres Sainkho Namchylak. Dat is muziek die Lotte Van den Berg goed kent want ze zit ook in de voorstelling. Meer nog, Sainkho zit in de voorstelling.
Ja, Sainkho zit in de voorstelling. Samen met Dirk Seghers heb ik veel gesproken over de muziek. Hij doet ook muziekdramaturgie en begeleidt mij een beetje in de muziekkeuze in de voorstelling, en hij heeft mij een cd van Sainkho laten horen en toen dacht ik direct ‘doe moet meedoen’. Dat was natuurlijk een beetje een stout plan. Ze komt uit Tuva, dat ligt inderdaad tussen Mongolië en Siberië, ze woont in Wenen maar ze reist de hele wereld over. Ze zegt zelf dat ze de enige vrouwelijke boventoonzanger is van de wereld.

En klinkt het op podium zoals wat we net gehoord hebben?
Neen, wat ze net heeft gedaan dat is geen boventoon. Boventoonzang is eigenlijk dat iemand tegelijk een lage en een hoge toon produceert. Ze gebruikt dus echt verschillende holtes in het lichaam. Dus je hoort twee klanken, en dat geloof je eigenlijk bijna niet als je het hoort.

Dus ze staat alleen zuiver te zingen zonder instrumentale begeleiding.
Ja, inderdaad. Samen met Judith wel, Judith Vindevogel, een klassiek geschoolde zangeres. En zij hebben natuurlijk ongeloofelijk verschillende stemmen die vind ik een zeer interessante dialoog aangaan.

Het lijkt een heel inventieve, een heel wispelturige voorstelling te zijn als ik het zo hoor. Laten we het eens over het stuk zelf hebben. Ben je van een scenario vertrokken? Van de ervaringen van wat je daar gezien hebt?
Neen, ik ben niet direct van ervaringen van die reis vertrokken. Van meer filosofische overdenkingen, meer vraagstellingen en sferen, maar niet de concrete gebeurtenissen daar. Ik heb nooit een scenario voordat ik begin. Wel beelden die ik zie maar dat zijn niet direct beelden die vertaal in de voorstelling.

Hoe ga je dan concreet tewerk?
Concreet tewerk... Ik begin de eerste week met veel gesprekken met alle mensen die meedoen. Met de zangers, met de spelers, met de mensen van de techniek.

En weet je dan op voorhand al hoeveel je er nodig hebt?
Ja, dat gebeurt. Op een gegeven moment vraag ik iemand en dan denk ik ‘dan moet die daarnaast staan’. Dus op een gegeven moment had ik Dirk Roofthooft, acteur, en Marlies Heuer, actrice, en Judith Vindevogel, zangeres, en toen kwam Sainkho erbij. En aanvankelijk dacht ik dat vier mensen genoeg was, dan dacht ik ‘neen, er moet toch nog iemand bij die net jonger is’. Want zij zijn eigenlijk toch allemaal van een generatie boven mij, dus dan heb ik Marij Verhaevert gevraagd, dat is een heel jong meisje uit Arnhem, om mee te doen. Tja, dat gebeurt gaandeweg, dat zijn eigenlijk allemaal redelijk intuïtieve keuzes.

Dus een mengeling van echt geschoolde acteurs met een zekere renommé al, en jongere.
Nee, Marij is jonger, maar die zit in het laatste jaar van de toneelschool wel, dus het zijn allemaal geschoolde acteurs en zangeressen. En zo intuïtief als het samenbrengen van de hele cast gaat, zo gaat eigenlijk ook het hele proces. Ik zit nu dus vier dagen voor de première en het is ongeloofelijk leuk om te zien hoe uiteindelijk alles in elkaar valt. En ook om te zien hoe het dan weer terugkomt bij wat je aanvankelijk had gedacht. Als je met z’n allen op zo’n reis vertrekt – wat het ook eigenlijk is. Ik leg al die thema’s op tafel, ik vertel de verhalen en dan gaan de anderen daar op reageren en komen daar vanzelf beelden, klanken uit voort. En dan is het heel mooi om nu zo in die laatste fase van zo’n repetitieproces te zien hoe je weer terugkomt bij het beginidee, eigenlijk zonder dat je dat zelf in de gaten hebt.

Hoe ze allemaal op dezelfde golflengte komen te zitten ook dan?
Ja dat is heel belangrijk. Dit zijn vrijf ongeloofelijk verschillende mensen, dat wilde ik ook. Ik heb ook tijdens het proces geprobeerd om ze hetzelfde te laten doen. Dat moet ik niet doen. Ik moet eigenlijk zorgen – en daar zijn ze het ook heel erg mee eens – om die verschillen juist naast elkaar heel mooi te combineren, te componeren, om zo toch tot een eenheid te komen maar zonder dat ze elkaar gaan nadoen.

Het is eigenlijjk meer coachen wat je moet doen?
Dat is het eigenlijk ook ja. En stimuleren, inspireren. Dat is belangrijk. En kijken naar wat ze doen en het juiste teruggeven. Ik heb het gevoel dat het als regisseur heel belangrijk is om de speler of de zanger te vertellen wat hij heeft gedaan, om hem bewust te maken van zichzelf.

Een vrij statische voorstelling of zit er veel beweging in?
Er zijn momenten dat het statischer is en er zijn momenten dat er heel veel beweging in zit. Het zijn eigenlijk drie delen die all drie heel verschillend zijn en op elkaar reageren.

Is er ook een Bühnebeeld?
Ja, dat is ontworpen door Jan Joris Lamers.

Toch wel een bekende naam ook.
Een geweldige man, heel erg leuk en inspirerend om met hem te werken. Hij is zelf eigenlijk ook toneelspeler van Discordia, maar ontwerpt ook vaak de scenografie. Dat doet hij ook voor Rosas, Anne-Teresa de Keersmaeker, en ik heb samen met hem gezocht naar een beeld dat heel erg duidelijk is en direct verwijst naar de geschiedenis van de grote theaterzaal van de Bourla zelf. En wij zetten daarin een decor dat de toneelmechaniek laat zien.

Dus kaal bijna?
Heel kaal, gebaseerd op het oude coulissentoneel.

De ingewanden van het toneel bijna.
Ja, dat heb je heel mooi gezegd.

Heb je daar een bedoeling mee om naar die oude theaterstructuren te verwijzen?
Ja, op die manier heb ik het ook wel over het ritueel van het theater. Waar dat gebouw voor gebouwd is. Ik vind het heel fijn om direct te verwijzen naar de locaties waar ik ben. Dat doe ik als ik buiten ben, als ik op een groot braakliggend terrein sta, maar dat doe ik ook als ik in het theater ben. De voorstelling gaat zeker in het begin heel erg over de relatie tussen toneelspeler en toeschouwer. Of het als toneelspeler mogelijk is om de waarheid te zeggen op dat toneel, of wat dat dan is. En dus ook over het onderscheid dat gemaakt wordt door dat verhoogde podium. Dat zet iemand op de een of andere manier op een voetstuk – maar wat is het gevolg van dat voetstuk?

Een soort altaartje bijna.
Zo zou ik het niet willen zeggen, maar in weze kader je wel heel duidelijk. Het verschil tussen de kleine zaal en de grote zaal is dat om het podium staat een frame, een lijst van een schilderij zit eromheen. Waardoor de afstand tussen toneelspeler en toeschouwer heel groot wordt. Waar je heel veel mee kan doen maar wat ook gevolgen heeft voor de integriteit en de intimiteit.

Maar ga je dan de kunst van theater dan weer optillen tot een soort religiositeit?
Ja en nee, ik wil tonen dat die afstand er is, en aan het eind van de voorstelling probeer ik hem volledig op te heffen. Maar ik ga nog niet vertellen hoe ik dat doe.

Maar het is dan toch weer ‘de toeschouwer moet maar zien wat hij ermee doet’?
Neeneen, want ik wil juist uiteindelijk proberen te laten zien of de toeschouwer... Goh, dat vind ik moeilijk om uit te leggen.

Je mag niet teveel verraden.
Neen, natuurlijk mag ik niet teveel verraden! Ik vind niet dat het zo is dat de toeschouwer maar moet zien wat hij ermee doet. Tegelijkertijd vind ik ook dat de toeschouwer ook de vrijheid moet krijgen om te doen wat hij ermee wil doen, om zijn eigen interpretatie te maken.

En de muziek. Je hebt die Tuvaanse muziek dan, maar je hebt ook Bach – zijn cantate Ich Habe Genug. Een tekst van Joseph Brodsky. Zijn dat hulpmiddelen voor de toeschouwer? Of zijn het bijna leidraden die hem of haar de weg moeten wijzen?
Het zijn bijna de restanten van het toneel. We laten fragmenten zien.

Want ook Bach is toch heel theatraal?
Bach is theatraal ja, maar het lied zal nooit volledig gezongen worden.

Ich habe genug – dat is eigenlijk een blije cantate. Hij berust in het geloof. En daardoor wordt hij blij.
Ja, da’s ook heel mooi. Hij wordt vaak heel treurig gezongen, maar inderdaad. Ik heb er met Judith veel over gesproken. Het gaat over iemand die zegt: ‘ik heb genoeg, ik heb genoeg gehad. Voor mij is het genoeg. Ik kan sterven. En het streven van Judith om juist dat te zingen met een vreugde.

Is dat iets gelijkaardigs waar je in Siberïe en Mongolië ook mee geconfronteerd bent geweest?
Ja, dat gaat natuurlijk wel over het besef dat het einde of de dood, dat dat niet per definitie treurig is. Wij gaan er hier heel erg van uit dat de dood het allerergste is wat je kan overkomen, maar de vraag is of dat zo is.

We zullen zien, ik ben benieuwd naar uw voorstelling van Winterverblijf. Donderdag in première in de Bourla. Lotte Van den Berg, succes ermee.

dinsdag 11 december 2007

Judith over Winterverblijf

Afgelopen weken waren er van intens zoeken en telkens opnieuw bevragen van vorm en inhoud, waarbij ieder van ons op verschillende momenten heen en weer geslingerd werd tussen vertwijfeling en hoop.

Wat volgt is een selectie persoonlijke herinneringen en gedachten vermengd met fragmenten uit boeken, krantenartikels, songs die ik de afgelopen weken in handen kreeg en die mij raakten, voedden of inspireerden tijdens het werken aan Winterverblijf.


1

13 december 2006
Sinds we elkaar in de winter van 2005/06 leerden kennen tijdens de repetities van Volk, een voorstelling van Josse De Pauw, ontmoeten Lotte en ik elkaar af en toe om van gedachten te wisselen over spiritualiteit en kunst: òf en zo ja hòe die twee met elkaar verweven zijn? Vertrouwelijke en openhartige gesprekken.

Vandaag vertelt Lotte me over haar ervaringen in Mongolië en vraagt me of ik mee wil werken aan haar voorstelling Winterverblijf. Ik vertel haar dat ik ooit een voorstelling heb willen maken over Buber's boek Ich und Du, een boek waarmee ik voor het eerst in aanraking kwam toen ik filosofie studeerde aan de VUB en waarin ik nooit verder ben geraakt dan de eerste twee delen, die ik sindsdien regelmatig herlees om de inhoud ervan zo volledig mogelijk tot mij door te laten dringen.


2

Cheuvetogne, 8 april 2007
Lotte, haar vriend Lukas en ik wonen de middernachtmis bij in het Russisch orthodoxe klooster in Cheuvetogne. Ik ben vrijzinnig opgevoed. Kerkelijke rituelen en de Bijbel zijn mij vreemd. Ik probeer op mijn eigen manier zin te geven aan dit rituele gebeuren door zo economisch mogelijk om te gaan met beweging en gedachten en er gewoon te zijn in volle bewustzijn en met al mijn zintuigen. Het is koud, laat en de houten banken zitten ongemakkelijk. Zeer aandachtig volg ik elk teken van verzet van mijn eigen lichaam en geest. Mijn Alexander Techniek lessen komen nu goed van pas om meer ruimte te denken.

Opnieuw en opnieuw worden de verschillende rituelen uitgevoerd, in het Frans, in het Nederlands, in het Duits, in het Russisch. Na de vijfde keer denk ik: nee alsjeblief, niet weer! maar na een tijd begin ik gefascineerd te raken door de subtiele verschillen in toon, taal, gebaar. Ik ben blij verrast als ik ineens ook een Russisch woord herken uit Mussorgski's Kinderkamer. Gospodi!

Om 4 uur s' ochtends is de mis afgelopen en rijden we naar huis. Ik, die absoluut geen nachttype ben en meestal onmiddellijk misselijk word als ik niet op tijd in bed lig, voel me klaarwakker en uitgerust.


3

14 oktober 2007
Twee weken zijn verstreken sinds we met de repetities voor Winterverblijf begonnen. Ik denk veel na over het afscheid van Jozef van den Berg in de Singel, 17 jaar geleden. Ik begrijp ineens dat zijn toespraak een confessie is, met God als getuige.

Dit weekend lees ik verschillende gedichten uit Felix Timmermans' bundel Adagio. Bij het lezen van het Hert van Sint-Huybrecht rollen mij zomaar de tranen over het gezicht.

Zijn pijlen volgen mijne vlucht
vol list en handigheid.
Ach, help mij Heer! Gij die de Liefde zijt
en over't mos Uw zilvren adem zucht,
en zingt soms voor de luisterende blâren,
zie op mij neer van ginder hoog!
Verniel des jagers pijl en boog!...
Uw licht komt door mijn angst gevaren,
ik keer mij stralend om,
en voel Uw kruis in mijn gewei staan branden!
De mensch blijft roereloos en stom
't geweld valt uit zijn handen,
en weenend knielt hij op den grond.
Uw liefde heeft zijn hart gewond.

Nu ik U heb gekend en dienend mogen dragen
wordt mij den dood, die ik steeds vreesde, zoet,
en loop ik frisch en hopend door de dagen
de hoornengalmen te gemoet.



4



Dirk R. neemt ons mee naar de Kapel van het Niets in Lier en de installatie At the Edge of the World van Anish Kapoor in het museum aan het kanaal van Axel Vervoordt.

Die installatie van Kapoor grijpt in tot in je fysieke lichaam...pure magie. Dank je Dirk!


5

Neerijnen, 19 november 2007
Ontmoeting met Jozef van den Berg.
Ik ben geraakt door deze mens, zijn ogen, zijn handen, zijn fiere rechte rug, zijn levensvreugde, zijn geloof, zijn vertrouwen, zijn moed en compromisloosheid, zijn eenvoud, de warmte en de gastvrijheid die hij uitstraalt.

"Sympathieke man maar gek"
"Intellectueel toch wel erg pover om voor de motivatie van het verlaten van je familie te verwijzen naar het Oude Testament."
...Auw!

Enkele dagen later lees ik in Dramatisch Peripateitikon van Herman Teirlinck: 'Vergeet immers niet te bedenken dat de kunst in deze voornaamste zin goddelijk is : dat zij nl. weigert te worden bewezen en haar genade slechts verleent aan wie in haar gelooft.'


6

Welke voorstelling ik ook speel, wat ik ook zing, Fernand Schirren en zijn lessen over 'le ritme primordial en souverain' zijn nooit ver weg. Ik stuit bij toeval op Muziek is de stilte van de arme, een synthese van twee interviews die opgenomen werden in Theaterschrift 4 - The inner Side of Silence.

"J'ai un souvenir de quand j'avais trois, quatre ans: on était à un mariage et il y avait un tambour: j'ai fait un petit solo de tambour, j'inventais, je dansais un petit peu: alors j'étai ému et j'ai pleuré."


7

Jan Joris ik ben benieuwd wat je bedoelt met de 'dramaturgie van het afscheid', leg je me dat nog eens uit?


8

Het is onmogelijk om tijdens de repetities van Winterverblijf niet ook aan Kurtag te denken en dus ook aan de WALPURGIS voorstelling Waar is thuis en hoe kom ik daar. Maar in het bijzonder het concert dat Geörgy en Màrta Kurtag in 2003 gaven in Bozar: Jatekok van Kurtag ineengevlochten met Bachtranscripties. Dat ouder echtpaar naast elkaar, die opperste aandacht en zorgzame toewijding, die tederheid en beheersing, rust en beweeglijkheid, kracht en kwetsbaarheid in enen.


9

Lotte vraagt Marij en mij te experimenteren met 'de schreeuw'. Tijdens deze improvisaties herinner ik me twee gebeurtenissen van lang geleden die een grote indruk op mij nalieten:

- ik ben een jaar of tien en loop na de muziekschool alleen naar huis terug...de straten liggen er onverlicht en verlaten bij...plots komt uit het niets een man en toont mij zijn lul...verbijsterd begin ik luidop te roepen ...niet hysterisch met een hoog bang kinderstemmetje maar met een beslist soort oerstem waar niet alleen de man maar ook ikzelf ontzettend van schrik...

- het baren van mijn eerste kind


10

In mijn vaders boekenkast vind ik een naslagwerk over Rembrandt. Ik begin er in te lezen en raak meer en meer gefascineerd. Volgende keer als ik in Amterdam ben wil ik absoluut naar het Rembrandthuis!


11

Via de muziek van Sofia Gubaidulina ontdek ik de accordeonmuziek van Vladislav Zolotaryov (1942-1975).


12

Winterverblijf lijkt me een uitstekende aanleiding voor een eerste kennismaking met de Bijbel. Stef, alweer Stef, zal me precies de juiste insteek geven: het Evangelie van Marcus, ingeleid door Nick Cave. Ook hem ken ik niet, maar dat zal snel veranderen als ik de CD And no more shall we part uitleen. It's late but it ain't never.

'Het evangelie van Marcus is een rammelend skelet, zo onaf, schaars aan informatie dat de verhaallijn kreunt onder de melacholie van het afwezige.' (...)

'Christus had begrepen dat wij als mensen altijd naar de grond werden getrokken door de zwaartekreacht - door ons gewoon-zijn, onze middelmatigheid - en door Zijn voorbeeld heeft Hij onze verbeelding de vrijheid geschonken om op te stijgen en te vliegen.'

'Christus, zo leek het, was het slachtoffer geworden van het gebrek aan verbeeldingskracht onder de mensheid, en was aan het kruis genageld met de creatieve geesteloosheid. (...)'

“Let's not weep for their evil deeds, but their lack of imagination", zingt Cave in Sweetheart come.


13

Elke keer als ik Sweetheart, come helemaal gehoord heb, thuis, in de auto, speel ik daarna alleen het refrein wel 10-15 keer achter elkaar af, telkens opnieuw. Dat heb ik wellicht van mijn moeder. Ook zij kan 10-15 keer achter elkaar het einde van Bohème opnieuw opzetten: het moment dat Rodolfo beseft dat Mimi dood is, uitroept "Mimi!Mimi!” en vervolgens in snikken uitbarst.


14

Ik luister voor het eerst naar de getuigenopname die gemaakt werd van de geboorte van mijn zoon, Max. De herinnering aan mijn vader, hurkend voor de revox-bandopnemer in een hoekje van de muziekkamer met de koptelefoon op zijn kop, luisterend naar die band met de tranen in zijn ogen, maakte dat ik tot op heden nog niet heb willen luisteren naar die opname. Vandaag doe ik het toch in de hoop dat het mij kan helpen bij wat Jan Joris de ‘primal scream’ noemt tijdens the (sweetheart)prayer.

De herinnering aan de sterke emoties van toen maken me een beetje zenuwachtig. Maar wat ik hoor is spannend, mooi, ontroerend en vooral licht. Er zijn veel en lange stiltes, maar nooit zijn ze drukkend…et expecto…af en toe miauwt de kat die het hele gebeuren met aandacht volgt, zij ruikt als eerste het moment dat het kind gaat komen… mijn kind, mijn schatteke...kijken in stille verwondering.

De verwevenheid van het alledaagse met het verhevene tijdens zo’n geboorte doet denken aan Lotte’s verhalen over Siberië en Mongolië.


15

Ik ben zeer ontroerd als ik op de radio Willem Vermandere hoor zingen over het kerkhof van Vladslo. Ik ben er zelf al een paar keer geweest en het is waar:

In ‘t Praetbos buiten Vladslo,
op dat massagraf van soldaten,
staan nu Käthe Kollwitz’s beelden,
van God en mens verlaten
en ik ken geen heviger wereld,
geen menselijker bede,
dan die twee donkere stenen,
die zo diepe schreien om vrede.


De volledige tekst van dit lied is te vinden op de site
http://www.muzikum.eu/artiesten/willem_vermandere-290/songteksten/


16

Stef print vandaag enkele bedenkingen uit die Rik Torfs, professor kerkelijk recht aan de KULeuven, op 23 november jl. blogte op http://multiblog.vrt.be/riktorfs/ en waarin hij zijn sympathie betuigt voor mensen die, zoals Stef, ‘ondiep geloven’.

Hij geeft me ook het nieuwe boek van Oliver Sachs: Musicophilia: Tales of Music and the Brain.
Het leest als een trein. Eén passage doet me denken aan een discussie die we hadden tijdens de repetities: of een bepaalde scene zich afspeelde in het verleden, als flashback, als reconstructie of in het nu?

"Een melodie horen is bìj de melodie horen. (...) Om een melodie te horen is het zelfs een voorwaarde dat de nu aanwezige toon het bewustzijn totaal vervult,
dat er niets herinnerd wordt, dat er buiten of naast die toon niets in het bewustzijn aanwezig is. (...) Een melodie horen is nu horen, gehoord hebben en op het punt staan horen, allemaal tegelijk. Elke melodie verklaart ons dat het verleden er kan zijn zonder te worden herinnerd, de toekomst zonder vooraf bekend te zijn."
Victor Zuckerkandl


17

Gedachten over geboorte en dood.
Herinneringen aan de geboorte van mijn kinderen Max (25/07/88) en Mathilde (18/02/97) en de doden Patje De Laet, Marianne Van Vyve, Ingrid Pollet, J.P, Ernst Theo Richter, Fernand Schirren, Maryse de Cuyper, Hedwig Dewitte…


18

De Bachcantate Ich habe genug werd geschreven ter ere van Maria Lichtmis. Ik zoek meer inormatie over Epifania en kom terecht bij de Joodse filosofe en politiek activiste Simonne Weil (1909-1943). Zij was een leerling van de filosoof Alain, die ook de leermeester was van Sartre en de Beauvoir (ik vraag me trouwens af of het dezelfde Alain is naar wie Herman Teirlinck verwijst in zijn Dramatisch Peripateitikon - iets dat ik nog moet uitzoeken). Centraal in het werk van Simonne Weill staat het Griekse begrip 'en hupomonei', de aandachtige afwachting.

In haar spiritueel testament Wachten op God filosofeert zij over het geloof als bron van inspiratie voor het menselijk bestaan. Ik ben nog maar halfweg in haar boek.

Hoewel hun levens heel anders zijn meen ik toch enkele raakpunten te zien tussen haar levenshouding en die van Jozef van den Berg.

"Ik ben altijd op die plek gebleven, op de drempel der Kerk, zonder mij te verroeren, onbeweeglijk, en hupomonei (in aandachtige afwachting - een veel treffender woord dan patientia, geduld)."

"Want de voortgang van de genade in het menselijk hart is verborgen en geschiedt in alle stilte."

"Bovenal moet het denken leeg zijn, in afwachting, niets zoekend, maar gereed het voorwerp dat erin zal doordringen, in zijn volle waarheid te ontvangen. (...) De kostbaarste waarden moet men niet zoeken, ze moeten worden afgewacht. (...)
Elk vak heeft zijn eigen methode waarmee wij, met intens verlangen en zonder haar te zoeken, de waarheid verwachten. Een bepaalde manier om aandacht te geven aan een wiskundig vraagstuk zonder er de oplossing van te zoeken, of aan de woorden van een Latijnse of Griekse tekst zonder de betekenis ervan te gaan opsporen; of te wachten onder het schrijven, todat men het juiste woord vanzelf uit de pen vloeit, terwijl men niets anders doet dan de onjuiste worden terugdringen."

"(...) men kan nooit genoeg weerstand bieden tegenover God, als dit namelijk maar gebeurt uit een zuivere bekommernis om de waarheid. Christus zelf vindt het goed dat men de waarheid boven hem stelt, want alvorens hij de Christus is is hij de waarheid."

"Het intellect groeit slechts en draagt slechts vrucht in de vreugde. Vreugde is voor de studie even onmisbaar als een regelmatige ademhaling voor hardlopers."

"Ik heb het (gedicht Love van George Herbert, 1593-1633) uit mijn hoofd geleerd. Wanneer mijn hoofdpijnaanvallen een hoogtepunt bereikten, dan dwong ik mij vaak dat gedicht op te zeggen, met al mijn aandacht en met mijn gehele ziel geneigd naar de tederheid die in de versregels ligt vervat. Ik dacht dat ik het opzegde omdat het een mooi gedicht is, maar zonder het mij bewust te zijn werd dit opzeggen een bidden. Tijdens zulk een biddend reciteren is, zoals ik u geschreven heb, Christus zelf neergedaald om mij geheel in bezit te nemen."

"Er zijn twee beslist verschillende wijzen van uitdrukken, hoewel er dezelfde woorden voor worden gebruikt, namelijk de taal van de collectiviteit en die van de enkeling. (...) Iedereen weet dat er geen echt vertrouwelijk gesprek mogelijk is dan tussen twee of drie. Reeds als het er vijf zijn, begint de taal van het collectief te overheersen."

"Het meeste verwart men de aandacht met een zekere inspanning van de spieren. Als men tot de leerlingen zegt "nu moeten jullie goed opletten", dan ziet men ze de wenkbrauwen fronsen, de adem inhouden en hun spieren spannen. Als men hen na twee minuten vraagt waaraan zij hun aandacht geschonken hebben dan blijven zij het antwoord schuldig. Zij hebben op niets hun aandacht gericht. Ze hebben niet opgelet. Ze hebben hun spieren gespannen."


19



Een prachtig artikel in Knack over de 104-jarige pianiste Alice Herz-Sommer (wat een prachtige naam ook) laatste overlevende die Kafka ontmoet heeft; over de zinloosheid van de haat. En ook zij verwijst naar Spinoza. Altijd weer Spinoza.


20

8 december 2007
Vandaag hebben we al onze darlings gekilled: de borduurscène, the secret song, de sweetheartscream, the trembling, de storm, mijn Ich freue mich-dansje, Africa, de vertaling. Hoe bevrijdend! We zijn slechts drie repetitiedagen en doorlopen verwijderd van de première. Het wordt nu echt spannend. Maar stilaan naderen we het gebed.

Judith Vindevogel

donderdag 22 november 2007

Winterverblijf - repetitiefoto's

Op de website van het Toneelhuis vond ik een paar repetitiefoto's....
Ik ben alvast heel benieuwd naar Winterverblijf!





maandag 11 juni 2007

HARAWI - Olivier Messiaen

Ik maakte nog een filmpje -eerder een fotomontage- voor de Harawi opname van Vox Temporis en WALPURGIS met Judith en Alain Franco.
Reacties?
Ik gooi er zometeen ook nog een Ives song op.
groetjes!

woensdag 10 januari 2007

Interview met Judith over 'Falstaff' op KLARA, Ramblas



Het interview van Judith Vindevogel (Meg in Falstaff) dat deze middag op KLARA te beluisteren was in het programma Ramblas kan je vinden op de KLARA website!
Kies op www.klara.be bij 'programma's' woensdag 10 januari, ga naar het Rambas-icoontje en onderaan de pagina vind je de audio optie voor de VRT Radiospeler.

Laat weten wat je van het interview vond!

Link naar de pagina op de KLARA website

groetjes,
Caroline